Column van Henk van Buiten: Kleurrijke scholen
Al jaren woedt er in Nederland en met name in Amsterdam een discussie over witte en zwarte scholen. De aanleiding voor die discussie is de situatie op scholen waar vrijwel uitsluitend allochtone kinderen naar toe gaan. Verschillende gemeenten hebben beleid ontwikkeld om te desegregeren en kinderen in de eigen buurt naar school te laten gaan. Nijmegen is daar een voorbeeld van.
Discussies over segregatie in het onderwijs lopen in Nederland al sinds de jaren 80. Eerst in onderwijskringen, vanaf 1988 publiek. Begin dat jaar was de eerste landelijke conferentie over dit onderwerp. Sindsdien voel ik me betrokken bij de discussie.
In dit stukje wil ik proberen iedereen er van te overtuigen dat de uitvoering van dit soort plannen serieus moeten worden heroverwogen. Investeren in het desegregeren van scholen is namelijk onbegonnen werk, zonde van de tijd en het geld. Bovendien is het roeien tegen de stroom in en daarmee zonde van de energie. In Nederland, Duitsland, Frankrijk, Engeland, België en de V.S. is segregatie in het onderwijs de laatste decennia alleen maar toegenomen, ondanks vele pogingen om er een einde aan te maken. En toch denken romantische, idealistische politici en betrokken onderwijsmensen dat het in hun omgeving wel gaat lukken. Wat weten zij wat ik niet weet? Wat is hun geheim? In ieder geval niet het Amsterdamse convenant Kleurrijke Scholen, dat ook volgens wethouder Asscher volstrekt niet heeft geholpen.
Het enige dat op termijn wél bijdraagt aan desegregatie is investeren in de kwaliteit van de scholen waar de kinderen met achterstanden onderwijs krijgen. En dan niet langs de incidentele weg van een ‘zwakke scholen project’, maar door een forse en lang volgehouden kwaliteitsaanpak. Goede zwarte scholen helpen achterstandskinderen hun achterstanden in te lopen, met op termijn het beoogde effect. Slechte kleurrijke scholen doen dat niet.
Een ander doel dat de romantische idealisten waarschijnlijk beogen is maatschappelijke integratie. Zij willen dat kinderen samen naar school gaan, bij elkaar op verjaardagsfeestjes komen en samen naar de sportvereniging gaan. Ook ik zie dat graag (geen misverstand daarover), maar wij weten allemaal dat het zo nooit geweest is en zo ook nooit zal worden. Zij weten net zo goed als ik dat het in de kern natuurlijk niet (meer) gaat om een zwart/wit probleem, maar om segregatie tussen sociale klassen. Een scherpe en steeds scherper wordende scheiding tussen hoog en laag opgeleiden, veel en weinig verdieners, lezers en niet lezers, eigen woningbezitters en huurders. Kort en goed: het is een klassenprobleem. En dat is zo oud als de mensheid.
Jungbluth (oprichter van het centrum voor onderwijskansen van de universiteit van Maastricht)
maakt op dit punt een rake opmerking. Hij schrijft “Misschien is de segregatie van de hoogste sociale klasse nog wel het meest dramatisch. Hun vlucht richting eigen soort is de fatale factor achter alle andere processen van inclusie en exclusie.”
We weten allemaal dat Jungbluth meer gelijk heeft dan we wenselijk vinden, maar we weten ook dat de culturele en economische elite al eeuwen lang haar eigen boontjes dopt en als ze het nodig vindt daarbij haar rug naar de samenleving keert. Daar kun je teleurgesteld en verontwaardigd over zijn, maar pogingen er verandering in te brengen zijn in de menselijke geschiedenis tot nu toe op niets uitgelopen. Sterker nog: er is een reëel risico dat dit soort pogingen de segregatie alleen maar versterkt. Kijk maar om je heen.
Het is daarom naïef en risicovol om in het plan van aanpak ‘Kleurrijke scholen IJburg’ te schrijven: “Het project Kleurrijke scholen op IJburg vraagt om een omslag, vooral van ouders van wie gevraagd wordt hun verantwoordelijkheid te nemen.” De schrijver van deze zin begrijpt niet dat die ouders dat allang doen, alleen niet zoals hij of zij dat bedoelt. Het hoogste adviesorgaan van de minister, de onderwijsraad, begrijpt dat wel, zoals blijkt uit haar waarschuwing in 2005: “Gemeenten moeten (…) bepalen in hoeverre zij de opbrengsten van een spreidingsbeleid vinden opwegen tegen (…) mogelijke neveneffecten (witte vlucht)”.
Als dit plan van aanpak in Zeeburg werkelijkheid wordt en de aangesproken ouders hun verantwoordelijkheid serieus nemen (en dat doen ze, de geschiedenis leert dat) dan kopen ze elders een huis, in een gemeente waar ze niet met dit soort verantwoordelijkheden worden lastig gevallen.
Bezint voor gij begint. Slik niet voor zoete koek wat een kleine, vasthoudende groep romantici ons nu al decennia wil laten geloven.
Goede scholen dragen bij aan gelijkheid, kleurrijke scholen aan gemoedsrust. Waar kiest u voor?
Henk van Buiten
Deze column is op persoonlijke titel geschreven en geeft niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Eduquality in deze weer.
